Spraakproblemen

Kinderen met spraakproblemen hebben moeite met het uitspreken van bepaalde klanken, woorden en zinnen. Ze spreken soms klanken verkeerd uit en verwisselen klanken (bijv. van de /k/ een /t/ maken zodat bijv. “kat” klinkt als “tat”). Soms laten ze woorddelen weg, bijv. “toe” i.p.v. “stoel”. Het probleem kan ook motorisch zijn, zodat een klank verkeerd wordt geproduceerd (bijv. bij slissen dat de /s/ met de tong tussen de tanden wordt uitgesproken). Er kan een wisselend patroon van vervangen en weglaten van klanken zijn, waardoor de verstaanbaarheid fors verminderd kan zijn. De logopedist doet eerst onderzoek om in kaart te brengen welke problemen er precies zijn en doet dan vervolgens oefeningen met uw kind. Betrokkenheid van de ouders is van groot belang. De oefeningen moeten dagelijks thuis worden gedaan.